Twee wegen naar verandering
Wie op zoek gaat naar een passende vorm van psychologische begeleiding, komt al snel een woud aan afkortingen en stromingen tegen. Twee benaderingen die regelmatig in één adem genoemd worden, maar fundamenteel anders te werk gaan, zijn Acceptance and Commitment Therapy (ACT) en oplossingsgerichte therapie (Solution Focused Brief Therapy, SFBT). Beide zijn evidence based, beide hebben hun eigen tempo en toon, en beide kunnen waardevol zijn, maar voor heel verschillende mensen en situaties. In deze blog zet ik ze naast elkaar.
Wat is ACT?
ACT is ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Steven Hayes en is een derde generatie gedragstherapie. De kern is even eenvoudig als ongemakkelijk: pijnlijke gedachten en gevoelens horen bij het leven en proberen ze weg te duwen kost vaak meer energie dan het ze zelf veroorzaken. ACT richt zich daarom niet op het verminderen van klachten, maar op het vergroten van psychologische flexibiliteit. Dat betekent: ruimte maken voor wat er is, contact maken met wat echt belangrijk voor je is en vervolgens stappen zetten in die richting.
ACT werkt met zes processen, vaak gevisualiseerd als de hexaflex: acceptatie, defusie, hier en nu, zelf als context, waarden en toegewijd handelen. Veel ACT therapeuten gebruiken metaforen en ervaringsoefeningen, want de inzichten van ACT zijn vaak makkelijker te voelen dan te beredeneren.
Wat is oplossingsgerichte therapie?
Oplossingsgerichte therapie ontstond in de jaren tachtig in Milwaukee, ontwikkeld door Steve de Shazer en Insoo Kim Berg. De aanpak draait de gebruikelijke therapeutische blik radicaal om. Niet de oorzaak van het probleem staat centraal, maar de gewenste toekomst. Wat wil je bereiken? Wanneer ging het al een beetje beter? Welke kleine stap zou vandaag al verschil maken?
Typische technieken zijn de wondervraag (stel dat het probleem vannacht verdwijnt, waaraan zou je dat morgen merken?), schaalvragen (van 1 tot 10, waar sta je nu?) en het systematisch zoeken naar uitzonderingen. De gedachte: oplossingen hebben vaak weinig met de oorzaak van het probleem te maken, en mensen beschikken al over meer hulpbronnen dan ze denken.
Waar zit het verschil?
Het meest opvallende verschil is de houding tegenover ongemak. ACT zegt: leer ermee leven, want vechten tegen je innerlijke wereld werkt averechts. Oplossingsgerichte therapie zegt: laten we zo snel mogelijk kijken wat wel werkt, zonder lang stil te staan bij wat moeilijk is.
Een tweede verschil zit in de tijdsoriëntatie. ACT werkt veel met het hier en nu en met levensbrede waarden, dus wat voor mens wil je zijn op de lange termijn. Oplossingsgerichte therapie kijkt vooral vooruit naar concrete, observeerbare doelen in de nabije toekomst.
Ook de duur verschilt doorgaans. Oplossingsgerichte therapie is van origine kortdurend, soms zijn drie tot vijf sessies genoeg. ACT trajecten zijn meestal wat langer, omdat acceptatie en het verhelderen van waarden tijd vragen.
Tot slot de rol van de therapeut. In oplossingsgerichte therapie is de therapeut bewust niet de expert, maar een nieuwsgierige gesprekspartner die vragen stelt. In ACT is de therapeut actiever en introduceert nieuwe perspectieven, oefeningen en metaforen.
Wat hebben ze gemeen?
Ondanks de verschillen delen beide benaderingen belangrijke uitgangspunten. Geen van beide is gericht op het analyseren van het verleden of het uitpluizen van waarom je bent zoals je bent. Beide vertrouwen erop dat de cliënt veerkracht en handelingsvermogen heeft. En beide leggen de nadruk op gedrag, op wat je doet, in plaats van eindeloos blijven hangen in gedachten en gevoelens.
Voor wie werkt wat?
Oplossingsgerichte therapie past goed bij mensen die concrete doelen hebben, snel vooruit willen en niet diep in hun innerlijke wereld willen graven. Denk aan vastlopen op het werk, een specifiek conflict of een afgebakende vraag.
ACT komt vaker tot zijn recht bij langer bestaande klachten, bij chronische pijn, bij angst en depressie en bij existentiële vragen rond zingeving en verlies. Wie merkt dat steeds nieuwe oplossingen zoeken niet helpt, vindt in ACT vaak rust door juist te stoppen met die strijd.
Tot slot
Welke therapie het beste past, hangt af van wie je bent, wat je wilt en waar je nu staat. Sommige therapeuten combineren elementen uit beide stromingen, en dat kan prima werken. Het belangrijkste is misschien wel dit: een goede therapie is geen kwestie van de juiste methode kiezen, maar van een aanpak vinden die aansluit bij jouw manier van in het leven staan. Zowel ACT als oplossingsgerichte therapie biedt daarvoor een serieuze, doordachte route.
